donderdag 10 maart 2011

South Queensland to Central Queensland

`Hi mates,

Hier zijn we alweer met nieuwe verhalen vanuit Australie, het land aan de andere kant van de wereld waar we ons ondertussen al meer dan 5 maanden bevinden!

Een maandje geleden reden we dus Queensland binnen ter hoogte van de Gold Coast, met als `hoofdstad` Surfers Paradise. Klinkt allemaal zeer mooi, maar in feite is de Gold Coast gewoon megatoeristisch, volgebouwd met poepshieke appartementsgebouwen, luxehotels en shoppingcentra en kwamen de golfjes toen wij er waren nog geen 20 cm hoog. Bovendien werden we, toen we al een half uurtje in ons bedje lagen, wakker geklopt door de lokale rangers: `Strictly no camping in vehicles along the Gold Coast`. Balen! Dan maar 5 minuutjes verder gereden tot een andere parking, waar de rangers gelukkig niet langskwamen.



De Gold Coast bleek dus niet echt iets voor ons te zijn, geen free-camping, geen vriendelijke Australiers die gratis eten en bier aanbieden,... We besloten dan maar een stukje verder noordwaarts te rijden richting Brisbane, de hoofdstad van Queensland.



Onderweg bedachten we ons dat het misschien geen slecht idee was om onze camper eens te laten nakijken in een garage. De hele auto werd namelijk vrij warm na een lange rit (bleek normaal voor zo een oude kar) en de remmen zongen hogetoon-liedjes bij elke poging tot stoppen. Nadat ons bakske een paar uur onder de loep van een Kmart garagist had gelegen, kregen we ons `klein Belgie` terug mee met niewe olie, nieuwe remvloeistof, een tuning van de motor en nog wat kleine prulledingskes zoals lampjes enzovoort,... Niets bijzonders dus, en de gepeperde rekening wordt integraal overgeheven naar de volgende eigenaar ;-).



De volgende dag kuierden we wat door het centrum van Brisbane, kochten we verse groentjes en fruit op een marktje en aten we `s middags in de Botanic Gardens waar de goanna`s, die hier de laatste tijd zowat op elk moment zichtbaar zijn, vrij tot zeer geinteresseerd waren in onze middagmaal.





Goanna
Hongerige beestjes in de Botanic Gardens

Met volle maag keerden we, beiden op blote voeten (onze slippers hadden het zowat op hetzelfde moment laten afweten), terug naar onze camper die we iets buiten het centrum hadden geparkeerd om geen 20 dollar per half uur te moeten betalen...



We reden verder naar een rest area langs een rivier die de sporen van de recente overstromingen nog duidelijk toonde. Het water moet daar een enorme kracht en snelheid hebben gehad. Een zotte lokale vrouw van 78, die kwam stoefen hoe ze haar buurman de dag voordien in zijn smoel had geslagen omdat die zijn zoon haar uitschold voor het vuil van de straat, wist ons te vertellen dat het water op de plaats waar onze camper stond en hoogte van meer dan 3 meter had bereikt. Beeld je maar eens in hoe nat onze kleren enzo zouden zijn geweest en hoever ze ons uit de zee hadden kunnen komen vissen als onze reistiming anders was geweest...






The next day brachten we door aan de Sunshine Coast, waar we vooral weer surften en bodyboarden, en waar we een paar keer per dag een shoppingcentra moesten invluchten opzoek naar verkoeling. Vive l`airco!




Na de Sunshine Coast vertrokken we naar Rainbow Beach waar we onze driedaagse trip naar het bekende Frasier Island boekten. Frasier Island is het grootste zandeiland ter wereld, bekend om zijn werelderfgoedlijst-natuurpracht en vele dingo`s (wilde honden van het zuiverste ras). Onze camper moest dus voor 3 dagen op stal en werd ingeruild voor een 4x4 gevuld met eten, alcohol, 2 Canadese meisjes, een Brits meisjes, een dikke Duitser, een gewoongebouwde Duitser, onszelf en de overgetelijke Pool Christian, aka Borat.

20000 verschillende kleuren zand: Rainbow Beach



Sandblow in Rainbow Beach

Ons Frasier-avontuur begon met een vroege start van de dag met gratis pannenkoeken in de hostel van waaruit onze trip vertrok. Terwijl de regen met bakken uit de lucht viel, kregen we een veel te lange en saaie uitleg en maakten we onze 4 x 4, een Toyota Landcruiser, klaar voor vertrek. Een kleine twee uur later (ondertussen scheen de zon alweer), kroop Anthony achter het stuur en volgde de `leading car` naar de overzetboot. Na zo`n twee uur over het strand crossen, doorheen modder ploeteren en in los zand dabben, kwamen we aan aan Lake McKenzie. Eerst lunch met de bende, waar al snel bleek dat er niet overdreven veel eten zou zijn voor ons, zeker niet met een dikke Duitser die alles in het werk stelde om zijn eigen pens vol te steken :-)

Antoine in de driverseat over het strand
Lake McKenzie zelf was echt prachtig! Het helderste water en het witste zand dat je je maar kan inbeelden.
Silke en Emma uit Engeland in het zuivere water van Lake McKenzie



Dingoooo


Na een frisse pint en wat in het meer spelen, vertrok het convooi van vier jeeps richting de campground om alles op te stellen en in gereedschap te brengen voor 2 nachten op Fraser Island.


`s Avonds maakten Anthony en onze dikke Duitser, een kok by the way, een lekkere biefstuk met gebakken patatjes en een salade klaar.



Na de noodzakelijke afwas en het zorgvuldig opbergen van alle etenswaren (dingo`s eten graag restjes), werd het tijd om in de drank te vliegen en wat te zeveren met onze groepsleden. Allemaal plezante mensen maar die was Pool toch een beetje excentriek. Met 1 oog dichtgeknepen (om ons niet dubbel te moeten zien) vertelde hij, voornamelijk in gebarentaal dan want het enige engels dat hij kon was `Sexytime!` en `Afterparty!`, hoe hij in de Poolse bak had gezeten voor autodiefstal (= zijn job) en hoe hij op 20-jarige leeftijd al 4 kinderen had gekweekt met nr 5 op komst! Een verhaal dat later bevestigd werd door zijn reispartner.

Met een goeie pint en een hele klets `goone` (mengsel van allerlei wijnen = recept voor hoofdpijn) in ons, kropen we ons tentje in...

6u `s morgens: de Pool is wakker en is er op de een of andere manier in geslaagd zijn tent volledig naar de vaantjes te helpen. Na een hele scheldsessie tegen zijn eigen en tussen hem en zijn mede-kampeerders, werd iedereen stilaan en met een bomkend hoofd wakker. De marsh-flies, dikke, bijtende vliegen, waren al van de partij om ons ferm lastig te vallen.

   

Ontbijt met omelet en tasje koffie en allemaal de jeep in richting het prachtige Eli Creek (ook wel Hangover Creek genoemd), om in een beek met ijskoud en drinkbaar water te ontnuchteren.

Eli Creek: zwemmen en drinken tegelijk

Onze poolse vriend hing ondertussen alweer met zijn lippen rond de goonezak, iets waar wij zelf op dat moment nog niet aan toe waren.

Na een zalige ontnuchtering in het water, reden we verder naar het noorden om de Maheno Shipwreck te bezoeken.

Maheno shipwreck
De hele Frasier-groep voor het scheepswrak

Daarna hielden we een middagstop in een minidorpje voor de lunch en wat water in te slaan. Borat (we noemden hem zo omdat hij exact het zelfde deed, dacht en sprak (Hilarisch!)) had ondertussen zijn eerste slokken van zijn fles vodka van 57$ al binnen…

Namiddag gingen we chillen in de `Champagne pools`; rotsformaties waarin de zee binnenloopt en schuim creeert, zodat het lijkt alsop je in een zwembad gevuld met champagne zit…Vandaar de naam :-)

Champagne Pools

Na deze heerlijke verfrissing, reden we in convooi verder richting Indian Head waar we haaien en manta rays konden bewonderen. Ondertussen was Mr Schmirnoff reeds met de hamer langsgeweest bij onze pool. Resultaat; zie twee foto`s lager

Indian Head met haaien en mega mantarays in het kristalheldere water

Weinigen zagen het prachtige uitzicht, velen hadden enkel oog voor onze dale reisgenoot…

Het resultaat waarover we het hierboven hadden...



In tegenstelling tot onze andere 4x4 ritten, was het deze keer op weg naar de campingground opvallend rustig…. Borat lag uitgeteld te slapen in de passagierszetel en de rest van ons hoopte dat hij niet zou wakker worden voordat we op het kampterrein waren.

`s Avonds vlogen we weer allemaal in de goone en samen hadden we een gezellige laatste avond op Fraser Island.


De volgende ochtend pakten we allemaal onze rugzakken, braken we onze tenten af en en ruimden we onze campsite op. De dingo`s waren al in de buurt om eventuele etensrestjes vakkundig op te ruimen. Onderweg naar de overzetboot maakten we een laatste tussenstop aan Lake Wabby. Na zo`n 30 minuten wandelen, kwamen we aan een enorme zandvlakte, die wat aan een woestijn deed denken. Via een steile duinhelling kon je zo het zoetwatermeer, gevuld met katvissen en kleine visjes die je eelt aan je voeten gratis komen opeten, inrollen. Na zo`n 2 uur bobberen, relaxen en een balletje gooien met onze ierse vrienden, restte ons enkel nog de laatste 4x4-rit over het strand…


Lake Wabby en de gratis voeteetkuur van de visjes

Na de check-out (opruimen van de jeep), gingen we naar het strand om een zalige maar vooral noodzakelijke (er waren geen douches op Fraser Island) douche te nemen. Terwijl Silke nog onder de douche stond, nam Anthony snel zijn plank, om nog eventjes te kunnen gaan surfen.



`s Avonds aten we de restjes die we hadden meegenomen uit de jeep en vervoegden we onze Fraser-vrienden in de hostel voor een lekkere pint, wat live-music en een laatste goede lachsessie met Mr. Sexytime en Afterparty.

Fraser Island Tag Along Tour was (ondanks het dure prijskaartje)een onvergetelijke ervaring.

Na nog een nachtje in Rainbow Beach reden we de volgende morgen via Childers naar Bundaberg, dat buiten veel rum niet erg veel te bieden had voor ons. De nacht brachten we door onder een volle maan aan de zee in Bargara. In totaal reden we in 3 dagen zo`n 400 km, wat zwaar boven ons gemiddelde ligt. Queensland had hier dan ook niet erg veel te bieden voor ons...




In Agnes Water brachten we nog eens 4 nachten door op een campsite aan de zee, waar surfen, bodyboarden, lezen, eten en drinken alleszeggend is voor onze dagelijkse bezigheden. De reden dat we hier zo lang bleven, was dat dit de allerlaatste plek was waar we nog konden surfen aan de oostkust. De Great Barrier Reef komt er namelijk aan en dat betekent het einde van de hoge golven...

1 van de uitzichtjes in Agnes Water

Laatste keer wild bodyboarden voor Silke

We rustten onze camper hier ook uit met 2 splinternieuwe voorbanden (de andere waren kaal) en boekten via Tribal Travel een 3 dagen – 3 nachten zeilcruise inclusief een wereldwijdgeldige openwater duikcursus in de Whitsundays en de Great Barrier Reef. Lang leve de VISA- kaart!!


In de volgende 5 dagen reden we, via Gladstone en Rockhampton, weer maarliefst zo`n 670km naar het noorden. Voor we het zelf goed en wel beseften, bevonden we ons dus ineens in het centrum van het tropische Queensland; dodelijke stingers in de zee die het zwemmen onmogelijk maken, ontzettend harde en onvoorspelbare stortbuien, veel muggen, plakkerig weer en zelfs krokodillen in de rivieren...



Gevolgen van de overstromingen die Queensland geteisterd hebben, zagen we niet echt. Alleen was het zeewater op sommige plaatsen lichtbruin ipv helderblauw, door de vuiligheid die de rivieren met zich mee hadden gesleurd. Een paar weken geleden was het zeewater zelfs nog zwart, vertelden ze ons.


Na deze vele kilometers deden we het even terug wat rustiger aan. We verbleven 3 dagen in Mackay, waar een gratis zwembad er voor zorgde dat de hitte iets beter verdraagbaar werd.



Hierna bezochten we Eungulla National Park dat zo`n 80 km landinwaarts lag. Op de eerste dag reden we langs een mooi wegje naar Finch Hatton George waar 2 watervallen met elk een swimminghole op ons lagen te wachten.




Nadat we ook de volgende ochtend hier een verfrissende plons in hadden genomen, reden we naar Broken River, waar we vele schildpadjes en enkele platypussen (de enige eileggende zoogdieren) konden bewonderen in de rivier die jammer genoeg niet zo helder was.



`s Avonds sliepen we op een campsitein het Nationaal Park. Dit soort campsites worden beheerd en onderhouden door de locale overhead en kosten meestal zo`n 5$ p.p.p.n. Niet zo veel geld, maar de faciliteiten zijn dan ook maar beperkt; een picknicktafel hier en daar, een gat in de grond met een WC-pot op (gelijk de HUDO`s op scoutskamp) en met wat geluk een kraan met drinkbaar water (meestal is het gewoon regenwater). Het geld moet je bij aankomst op de campground gewoon in een envelope met je gegevens steken en deze moet je vervolgens in een collectebus deponeren. Wanneer we af en toe op dit soort `campings` staan, proberen we altijd wat vals te spelen door ofwel `s morgens heel vroeg weg te rijden (voor dat het geld wordt opgehaald), ofwel door de enveloppe zo in de collectebus te steken dat we hem er de volgende dag terug kunnen uitvissen :-) De Fraser-uitstap en de duikcursus waren dan ook wat duurder als gehoopt, dus alle besparingen zijn welkom. Na een erg regenachige (maar gratis ;-)) nacht reden we terug richting de kust.
Momenteel bevinden we ons alweer 200km noordelijker in Airlie Beach, aan de wereldbekende Whitsunday Islands. Hier zal onze duikcursus en de zeilcruise door de Whitsundays en de Great Barrier Reef plaatvinden. We kijken er heel erg naar uit!


Airlie Beach


Tot na onze duikcursus en zeiltocht! XXX Sil en Antoine






donderdag 10 februari 2011

NSW: Central Coast to Queensland

Dag allemaal!

Het is alweer even geleden, maar met het mooie weer van de voorbije weken hadden we eerlijk gezegd niet zo veel zin om achter een computer te kruipen. Ondertussen zitten we al enkele dagen in een nieuwe en voor ons al vierde staat; Queensland! We geven jullie het verhaal van na de Blue Mountains tot aan de grens van NSW en Queensland:

Over het algemeen bestonden onze dagen vooral uit surfen, bodyboarden, chillen, lezen, zonnen, enz... De enige "zorgen" die we hier hebben zijn `Wat eten we vandaag?` en `Waar slapen we vanacht?`. Op de minder toeristische plaatsen is slapen meestal geen probleem. Maar in populaire gebieden staan er steeds meer en meer borden met `verboden te camperen`, hoewel we ons daar meestal wel niet veel van aantrekken.



Enkele dagen nadat we Sydney en de Blue Mountains achter ons hadden gelaten , kreeg Anthony een accidentje tijdens het surfen. Toen zijn knie de volgende ochtend nog steeds heel erg zeer deed, besloten we toch maar even langs Spoed te gaan. Na een hele tijd in de wachtkamer, waar we trouwens voor het eerst vreselijke beelden van de overstromingen in Queensland te zien kregen, bleek dat ze in dit ziekenhuis geen foto`s konden nemen. Ze gaven Anthony dan maar de raad goed te rusten en pijnstillers te slikken...
Terwijl anthony`s knie stilletjesaan beter werd, reden we via het prachtige en rustige Lake Macquarie naar Newcastle. Volgens de Lonely Planet zou dit een van `s werelds populairste steden worden van 2011. Wij vragen ons af hoe ze dit gaan realiseren want buiten een kleine winkelstraat, welliswaar een gezellige, was hier niet zo veel te beleven. We begaven ons dan maar naar het strand waar een rode vlag ons verplichtte het zeewaterzwembad aan te doen. De rode vlag bleek trouwens niet overdreven want algauw sloegen de golven over de golfbrekers tot aan onze handdoeken.

Hierna reden we via Nelson Bay, waar we nog eens dolfijnen van heel dicht bij konden zien, via de kust verder tot Nambucca Heads. Onderweg werden de stranden steeds witter, de zee steeds warmer en helderder en kwamen er steeds meer palmbomen te voorschijn. Ook het surfen bij Anthony en het bodyboarden bij Silke lukte steeds beter en beter. Anthony zit gemiddeld zo`n 6 uur per dag in het water, beginnend tussen 7 en 8u `s  morgens.


In Nambucca Heads vierden we op 26 januari AUSTRALIA DAY! Een dag waar alle Australiers al maanden naar uitkeken. Australia Day betekent dat iedereen een dag vrijaf krijgt, kleren met de Australische vlag op aantrekt, deze vlag ook op z`n wangen schildert, vervolgens gaat BBQ`en op het strand en pinten drinkt in de zee. Een goede reden voor ons om ook nog maar eens een paar frisse pintjes te gaan kopen in de Liquorstore.


De dag na Australia Day reden we nog eens een stukje het binnenland in, we volgden meer bepaald `The Waterfall Way`.



We reden langsheen verschillende watervallen langs de weg naar onze eerste stop: Dorrigo National Park. Hier maakten we een sportieve wandeltocht onder een stralende blauwe hemel en een hete zon. Reden te meer dus om ons zwemgerief aan te trekken en een verfrissende duik te nemen in de 2 prachtige watervallen die zich op ons wandelpad bevonden.





Op onze laatste meters bleef Silke plots stokstijf staan... In het midden van ons pad bevond zich een enorme slang die niet echt de indruk gaf te willen verhuizen. Met een schamel stokje porde Anthony dan maar wat naar onze padversperder die na enige tijd besloot om ons toch maar veilig door te laten. Another close encounter with one of Australia`s most dangarous creatures.


Na deze wandeling zijn we naar Dorrigo-centre (100 m2) gegaan waar we een gratis ijsje van de ijscoman kregen! Wat een joviale mensen die Australiers!

De nacht die volgde was er een met een licht- en dondershow van jewelste! Het indrukwekkenste onweer ooit!

Dag 2 van de Waterfall Way: een lange autorit doorheen een heuvelachtig landschap naar een plaats waar we getrakteerd werden op een uitzicht over 2 van Australies grootste en hoogste (meer als 200 m!) watervallen: De Wollomombi en Chandler Falls!




Zo'n 500 m daar vandaan was er de mogelijkheid te kamperen in het nationaal park. Na een gezellig kampvuur en wat relaxen onder onze luifel, aten we heerlijke "sparijst"; rijst met was spaghettisaus en groenten. Als je elke dag budgetair moet eten, moet je natuurlijk creatief zijn.

's Morgens onze haren gewassen onder de kraan en dan terug richting Dorrigo, waar de machtige Dangar Falls lagen te wachten. Hier konden we het heerijk verkoelende water en de kracht van zeeeer dichtbij ervaren!



Via dezelfde Waterfall Way reden we terug naar de oceaan, waar een wilde zee en een overvloed aan zonneschijn in Sawtell ons een zalige namiddag bezorgde. Slapen deden we als zo vaak op enkele meters van de aanspoelende golven, op een parking waar de surfers, joggers en wandelaars 's morgens altijd zeer vroeg van de partij zijn. De "ozzies' zijn een bende vroege vogels. Een volkje naar het hart van Anthony dus!

Na een heerlijke 'Flat White' koffie en een smoothie op het terras van een gezellig cafe in Sawtell, reden we door naar Coffs Harbour. Mooie havenstad en aangename stranden, waar verder niet veel te beleven viel. Na een blitz-bezoek aan de Botanic Gardens en het hospital voor koala's, zijn we een stuk verder gereden naar het verlaten (en dus ideaal om te slapen) Sandy Beach, waar we 's avonds genoten van een prachtig grote sterrenhemel met een glaasje wijn en elkaars gezelschap. Het leven kan toch mooi zijn!

Anthony zat natuurlijk weer om 7u in het water de volgende morgens om de grote golven te berijden!

Enkele surf- en zondagen later kwamen we aan in Byron Bay, het backpackersmecca! Omdat men ons al van in het begin van onze reis had gewaarschuwd dat wildkamperen hier onmogelijk was, besloten we nog eens op een echte (betaal) camping te staan. Douches, propere wc's, een frigo en met een gerust hart kunnen slapen zonder de 'angst' dat de politie in het midden van de nacht op je deur komt kloppen, deed nog eens deugd!

Na 2 echt zwaar-vakantiedagen, zonder zagen, zonder klagen zonder mensen wiens job het is backpackers weg te jagen, lieten we Byron Bay achter ons en vervolgden we onze weg naar Queensland, dat tijdens ons verblijf in Byron werd geteisterd door een cycloon van ongezien formaat!

Na weer zo'n dagje surfen enzo reden we nog eens naar een rest area langs de highway. In tegenstelling tot andere keren, gebeurde er die avond vanalles.

Eerst werden we "aangevallen" door rondreizende Australische kinderen. Zonder schaamte zaten ze in onze stoelen, kropen ze in onze camper, namen ze al onze spullen eruit en stelden ze 1001 vragen. De jongste was schattig/rattig, de oudste was gewoonweg een vies ventje. Hij stak (nadat wij al klaar waren met eten) zijn lelijk apenkopje in onze pot saus en lekte die werkelijk tot de laatste druppel leeg... In ruil moesten ze de afwas doen :-)



Bevrijd van de broertjes terreur en wat later op de avond, leerden we een 6-tal backpackers kennen uit Canada, Duitsland en Wales. 4 Van hen woonden letterlijk langs de snelweg op die rest area, terwijl ze ovderdag in Byron Bay gingen werken of simpelweg op het strand gingen hangen. Het Canadees koppel verbleef er al 2 maanden, haha!

Dat is niet echt aan ons besteed en wij vertrokken de volgende ochtend. Via een toeristenweg deden we enkele kleine kustdorpjes aan waar zalige surf (in veel kouder water dan we gewoon waren) de uren voorbij vliegen.



En zo vliegt onze tijd dus voorbij, we verlieten de volgende dag New South Wales en reden, na reeds 7000km te hebben gereden, Queensland binnen ter hoogte van de Gold Coast.

Dikke kus, Silke en Anthony

woensdag 19 januari 2011

Blue Moutains

Dag iedereen! We zijn er al weer haha... Silke is op het brilliante idee gekomen een schrift te kopen en onze blog eerst op papier te schrijven om zo sneller de blog op internet af te kunnen werken.
Ons laatste verslag eindigt aan de rivier na Sydney.
Na een gezellig ontbijt aan de rivier en na de beslissing te hebben genomen de Blue Moutains in te rijden, kwamen we via Parramatta en Penrith terecht op een mooie rest area, niet ver van 'de hoofdstad' van de Blue Moutains: Katoomba.
Hoewel het weer meezat, bleven we ter plaatse en genoten van een rustige, warme namiddag op zo'n 1000 meter boven zeeniveau.

Een beslissing waar we de volgende dag spijt van hadden. Het mooie weer van de dag ervoor had plaats geruimd voor dikke regenwolken en laaghangende mist. Hoewel een prachtig natuurgebied zich recht voor, achter en rond ons bevond, konden we hier weinig of niets van zien.

`The three sisters` bij slecht weer
Het was lang niet de eerste keer dat we zo'n slecht weer voorgeschoteld kregen. Zowat heel onze reis werd tot nu toe getypeerd door zon, afgewisseld met extreem veel regen. Australie gaat werkelijk kreupel onder de hevige en in decennia niet-geziene regenval. Spijtig voor ons en voor vele anderen die 2011 uitkozen als jaar om Australie te ontdekken.

Wanneer het hier mooi weer is, is Down Under werkeiljk het paradijs. Regent het, dan valt hier bijna niets te doen, buiten door overdekte winkelcentra dolen en in de camper schuilen. Jullie zullen dus wel begrijpen dat een week van onophoudelijke regen - veel meer dan we in Belgie gewoon zijn - zo stilletjes aan op ons humeur begint te werken. Ook de nooit eerder geziene overstromingen ten noorden van ons duiden aan wat voor slecht jaar dit wel niet is in de Australische klimaatgeschiedenis.

Genoeg geklaagd! Wanneer de wolken stegen en de zon de kans kreeg te schijnen, werden we getrakteerd op een aantal oogverblindende uitzichten over de Blue Moutains, die op slechts 100 km van metropool Sydney liggen.
`The three sisters` bij mooi weer



Nota bene: De naam Blue Mountains bleek niet willekeurig gekozen voor dit gebergte. Wanneer de zon op de bladeren van de hier massaal groeiende eucalyptusbomen schijnt, verdampt er olie uit deze bladeren hetgeen zorgt voor een subtielem doch duidelijk waarneembare blauwe schijn boven het landschap.

Op onze eerste dag, gekenmerkt door veel regen, trokken we Katoomba in. Het duurde tot 2 uur 's namiddags vooraleer de wolken wat van de mooie natuur prijsgaven. Met zo'n 200 a 300 meter zicht, kregen we toch al een indruk van wat ons te wachten stond bij mooi weer.

De volgende dag, na te hebben gekampeerd in Megalong Valley, een stukje fris regenwoud, scheen de zon nog eens!
We trokken onze loopschoenen aan en reden naar Echo Point, van waaruit onze lange bergwandeling begon.

Over de hoge bergpassen, doorheen dichtbegroeid regenwoudm langsheen prachtige uitkijkpunten en onder metershoge en adembenemende watervallen, kwamen we zo'n 3 en half uur later aan de voet van de 'Giant Stairway', een trap van een 1000tal treden die ons via een steile klim terug aan de bekende 'Three Sisters' aan Echo Point bracht.






Moe en hongerig keerden we naar de camper terug, reden we naar Leura iets verderop en genoten we van een welverdiende lunch. Namiddag gaan kijken naar de cascades (watervaltrappen) en de watervallen en dan terug richting Megalong Valley, waar onze picknicktafel en ons regenzeil op ons lagen te wachten.





Op weg naar huis nog 2 lelijke duitsers ontmoet op een restarea en een waterpijpke mee gerookt. Appeltabak dus niets dan vitaminen in onze longen gezogen!

s' Avonds frietjes gemaakt en wonder boven wonder de eerste eigenaar (en maker) van onze camper ontmoet. Zo'n groot land en dan kom je toch nog net die persoon tegen!

De volgende dag werden we wakker in de gietende regen. Na een hele tijd onder ons regen/zonnescherm te hebben gezeten, werd het rond drie uur toch droog en konden we doen waarvoor we hier waren; de blue mountains bewonderen! Weer werden we getrakteerd op prachtige watervallen, steile rotswanden en een overweldigend landschap zover het oog kon reiken. Op een van de zovele uitkijkpunten kwamen we plotseling oog in oog te staan met een dodelijke bruine slang van bijna 2 meter lang. Na een paar foto`s en een filmpje besloten we haar toch maar wat ruimte te geven. 1 beet kan een mens binnen de 2 uur in een put onder de grond doen belanden...
Schattige, doch dodelijke 'brown snake'


Onze volgende stop was aan de Wentworth Falls:



Wentwoth Falls

In de hoop dat de volgende dag zonneschijn zou brengen, keerden we terug naar de chille kampeerplek in Megalong Valley. Tot onze teleurstelling werden we `s anderendaags wakker in een grote modderpoel en pakten we vrijwel onmiddelijk onze biezen en vertrokken we naar Katoomba, in de hoop dat de zon er toch nog door zou komen. Helaas pindakaas, nadat we doorkregen dat de regen van lange duur zou zijn, vertrokken we terug stilletjes aan richting kust. Die avond sliepen we nog op een van de mooiste plekjes tot nu toe. Boven op een berg, langs een prachtige vallei die, als de zon kwam piepen, een aantal mooie watervallen en rotsformaties zichtbaar maakte.




De volgende dag was een echte baaldag. Heel de tijd regen, regen, regen en nergens viel er iets te beleven. Dan maar extra vroeg gaan slapen...

12 januari: eindelijk was het zover voor Silke! Even terug naar Sydney voor een Jazzdance class in `The Sydney Dance Company`. Een heel leuke, maar supervermoeiemde les na zo een half jaar inactiviteit. Spijtig genoeg lukte het niet om mooie foto`s te maken.



Na deze voldoeninggevende les van Ramon Doringo reden we naar de slaapplek aan de brede rivier waar we al eens sliepen voor we naar de Blue Mountains vertrokken. Sydney lieten we nu voorgoed achter ons...

Tot blogs,

Sil en Antoine xxx